Op de vroege morgen van 10 mei 1940 vertrekt NSB-leider Anton Mussert naar zijn onderduikadres in Huizen, de afgelegen woning van zijn trouwe kameraad Gijsbert Gooijer aan de Naarderstraat, hier een kilometer verderop. Mussert loopt gevaar, politieagenten doorzoeken woningen, pakken NSB’ers op. Gijsberts vrouw Margarethe brengt Mussert ’s middags naar een overwoekerde loopgraaf in de achtertuin. Maar goed ook, want enkele agenten kloppen een uur later aan de deur. Gijsbert moet mee naar het bureau. Ze laten hem aan het eind van de middag zomaar gaan, hij mag naar huis. Gijsbert loopt de tuin in en fluit het nazi-lied De Zwarte Soldaten.
Mussert komt tevoorschijn en blijft vijf dagen tot de Nederlandse capitulatie op Gijsberts zolder. Daarna werpt hij zich op als de vertegenwoordiger van het Nederlandse volk, de leider van Nederland.
Gijsbert Gooijer was mijn overgrootvader van vaderskant, de Duitse fanatieke nationaalsocialiste Margarethe was zijn tweede vrouw. Met zijn eerste vrouw kreeg Gijsbert vier kinderen. De jongste waren eveneens nationaalsocialistisch gezind; Gijs was als Waffen-SS’er kampbewaarder in Vught en vocht aan Duitse zijde, en Zwaantje schilde vrijwillig aardappelen in de keuken van een dwangarbeiderskamp in Bielefeld. Ze was ook lid van de NSB en getrouwd met een NSB’er die als Waffen-SS’er vocht en sneuvelde aan het Oostfront.
Gijsberts twee oudste kinderen, mijn oma Wilhelmina of Willy en oudoom Cornelis Jan of Cor hadden joodse onderduikers in huis. Cor zat ook in het verzet. Hij was getrouwd met Albertje of Appie Kos, het zusje van mijn opa Gerrit Kos, de man van Willy. Een kruishuwelijk. Bij Cor en Appie aan de Zeeweg 42 vonden leden van de familie Vis onderdak, onder wie Leo Vis, toen 13 jaar oud. Leo is nu 95 en woont in Canada. Hij overleefde de Holocaust door aan deportatie naar Westerbork te ontsnappen, daarna kwam hij in Huizen terecht. Bij mijn opa en oma aan de Zeeweg 32 heeft onder anderen een familie Slier ondergedoken gezeten.
De laatste zes jaar spreek ik Leo geregeld. Hij stelde me eens de vraag: ‘Heb je enig idee waarom Cor en Appie en Gerrit en Willy joden een schuilplaats boden?’ En hij vroeg ook: ‘Wat zou jij hebben gedaan?’
Op de eerste vraag gaf Appie zelf een antwoord, in een boekje dat verscheen ter gelegenheid van de uitreiking van de Yad Vashem aan Cor en Appie: ‘Dat wij over onze oorlogsbelevenissen toch iets moesten nalaten aan jullie, en speciaal aan onze kleinkinderen. Niet omdat we zo heldhaftig waren, daar dacht je toen helemaal niet aan. Maar wel om jullie te laten weten dat wij, toen en nu, een hoge waarde hechtten aan de begrippen ‘‘goed’’ en kwaad’’. En wij kwamen op voor het goede en vochten tegen het kwaad. Als eenvoudige, eerlijke mensen’.
Dat kwaad was dus akelig dichtbij. Maar in het boekje staat niets over Gijsbert, Margarethe, Gijs en Zwaantje. Ook in krantenartikelen en verhalen over Cor, Appie en Leo komen Gijsbert, Margarethe, Gijs en Zwaantje niet voor. Andersom is dat ook het geval.
De onderduik van Mussert krijgt aandacht in talloze artikelen en boeken, fictie en non-fictie, maar Willy, Gerrit, Cor en Appie spelen geen rol.
Een van de schrijvers over de onderduik van Mussert was NSB’er en ‘zwarte soldaat’ Nic Went. Nic woonde aan de Nieuwe Bussummerweg en hing geregeld de nazivlag uit.
Zijn boekje Hoe de Leider voor Volk en Vaderland behouden bleef pakte echter verkeerd uit. Terwijl Went hoopte dat duizenden NSB’ers de woning van mijn overgrootvader als bezielde pelgrims zouden bezoeken, vonden veel
nationaalsocialisten het onderduiken van hun leider bij nota bene een eenvoudige Gooise boer maar laf. Het gaf Musserts tegenstanders juist munitie om hem af te schilderen als zwak en onbekwaam. Het boekje kreeg in de
volksmond al snel de veelzeggende titel ‘Vijf dagen in een hooiberg’.
Leo gaf zelf ook een antwoord op zijn eerste vraag: ‘Omdat ze joden als mensen zagen’. Zijn tweede vraag, wat zou jij hebben gedaan, kunnen we beter niet stellen. Er is namelijk geen antwoord op te geven. Bovendien verschuift de focus naar mij, naar het nu, waardoor de mensen die zich verzetten tegen de Duitsers of onderduikers hadden uit het zicht verdwijnen. En, dat het licht op de daders dooft. Ja, daders, mijn overgrootvader was een fanatieke NSB’er van het eerste uur tot 1945, mijn oudoom Gijs vocht als Waffen-SS’er aan het Oostfront, hij overleefde zelfs de Slag om Narva. Hun denkbeelden waren na de Duitse capitulatie niet ineens verdwenen, ze hadden bewust keuzes gemaakt voor het kwaad. Gijsbert geloofde in het nationaalsocialisme en zijn leider, hij was antisemiet, Margarethe adoreerde Hitler en vond de Duitse invasie een zegen. En Gijs geloofde in 1942 niet dat Nederland nog in oorlog was met Duitsland, het was gedaan, de bezetting blijvend. Gijsberts oudste dochter en zoon en hun echtgenoten maakten heel andere keuzes. Met gevaar voor eigen leven en dat van hun kinderen namen ze joden in huis, joden die anders naar de vernietigingskampen zouden zijn gedeporteerd.
Leo’s antwoord op de vraag waarom mijn oma en opa en oudoom en oudtante joden een schuilplaats boden, zou het uitgangspunt van iedereen moeten zijn: zie mensen als mensen. Dit benadrukken zou eigenlijk niet nodig moeten zijn. Maar we weten helaas beter. Daarom: blijf herdenken. Blijf mensen als mensen zien.