Herdenking 2026

Op maandag 4 mei was de dodenherdenking. Bij het herdenkingsmonument op het Prins Bernhardplein werd stilgestaan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van oorlogssituaties en vredesoperaties daarna. Het programma was samengesteld door het 4 mei-comité Huizen.

Onderdeel van het programma was de toespraak van burgemeester Serge Ferraro.

Lees hieronder de volledige toespraak:

bron: Gemeente Huizen

Toespraak burgemeester Ferraro

4 mei 2026, Prins Bernhardplein, Huizen

Dames en heren, jongens en meisjes, inwoners van Huizen en anderen die de moeite hebben genomen om hier aanwezig te zijn.
Dank voor jullie komst. Het doet mij goed om te zien dat 81 jaar na het einde van de Tweede Wereldoorlog in Nederland er nog zoveel belangstelling is voor deze herdenking.

Vandaag herdenken we de mensen die om het leven zijn gekomen in de Tweede Wereldoorlog, in latere oorlogssituaties en tijdens vredesmissies. Hun namen zijn gegraveerd in de stenen bij dit herdenkingsmonument. We staan vandaag stil bij de littekens die hun dood hebben achtergelaten en de pijn die dit heeft veroorzaakt. Het versterkt het besef dat we als samenleving nooit meer in een oorlogssituatie terecht willen komen. De verhalen uit het verleden kunnen ons behoeden voor fouten in het heden. Het zijn harde lessen.

Deze verhalen laten zien hoe gemakkelijk situaties kunnen ontstaan waarin bevolkingsgroepen de schuld krijgen van alles wat misgaat. Ze tonen hoe onvrede kan omslaan in afgunst en zelfs haat. Onze groot- en overgrootouders weten daar veel van. Tegelijkertijd wordt de groep mensen die de Tweede Wereldoorlog in Nederland zelf heeft meegemaakt steeds kleiner. Er zijn nog slechts enkele ooggetuigen die uit eerste hand kunnen vertellen over de jaren 1940-1945.

Mijn opa was 18 jaar toen hij tewerk werd gesteld in Duitsland. Hij was een ambachtsman en werd uit zijn omgeving gerukt. Hij kwam terecht bij een vreemd gezin en werd gedwongen om werk voor de vijand te verrichten. Het duurde lang voordat hij daarover na de oorlog ging vertellen. Ik vond dat als kind heel spannend, maar realiseerde pas later de enorme impact die dit op hem heeft gehad. Mijn opa haalde kracht uit het geloof en vertrouwde zijn gedachten toe aan het papier. Heel lang lagen zijn brieven veilig opgeborgen. Te lang eigenlijk, want in de aanloop naar deze herdenking realiseerde ik mij steeds meer hoe waardevol die herinneringen zijn. Binnenkort is er niemand meer die de Tweede Wereldoorlog bewust heeft meegemaakt en hierover kan vertellen. Toch moeten hun verhalen verteld blijven worden. Laten we deze herinneringen en verhalen doorvertellen en vastleggen. Zodat deze persoonlijke ervaringen onderdeel worden van ons collectieve geheugen en toekomstige generaties lering trekken uit het verleden.

Dit moment hier op het Prins Bernhardplein is waardevol. We herdenken. Het woord zegt het al, we denken opnieuw. We denken aan de slachtoffers die zijn gevallen. Maar we denken ook na over hoe het zo mis kon gaan. Oorlog begint niet met wapens, maar met woorden. Deze filosofische stelling slaat de spijker op zijn kop. Het zijn vaak de woorden waarmee de geesten rijp gemaakt worden voor onverdraagzaamheid, onbegrip en uiteindelijk zelfs haat en uitsluiting. Woorden worden gebruikt om onzekerheid te kweken, angst te zaaien en massa te creëren voor een beweging. Om bevolkingsgroepen tegen elkaar op te zetten. Bedenk daarbij: Leiders veranderen de samenleving niet, dat doen hun volgers. Zij stellen leiders in staat om hun agenda uit te voeren. Daarom moeten we als maatschappij trouw blijven aan onze normen en waarden. Alleen dan bewegen we de goede kant op. Oorlog en geweld wortelen in gevoelens die wij allemaal kennen: angst, onzekerheid en het verlangen naar houvast in onzekere tijden.

Juist dan loert het gevaar dat we niet langer luisteren, maar oordelen. Dat we niet langer samen zoeken naar veiligheid, maar die zoeken ten koste van een ander. Ook in onze eigen gemeenschap hebben wij ervaren hoe broos vertrouwen kan zijn. Hoe gemakkelijk het kan beschadigen wanneer angst de boventoon voert. We gaan dan voorbij aan de kracht en het goede dat in een gemeenschap aanwezig is. Herdenken vraagt daarom meer dan terugkijken. Het vraagt dat wij waken voor het moment waarop wij groepen mensen gaan vereenzelvigen met de daden van enkelen. Dan zaai je verdeeldheid waar juist verbondenheid nodig is.

Herdenken vraagt ook respect. En collectieve afkeuring van gebrek aan respect. Ik doel op het bekladden van het nationaal monument op de Dam. Een monument dat notabene staat voor vrijheid en verbondenheid. Wie dát niet respecteert en een dergelijk monument vernielt, drijft bewust een wig tussen groepen in onze samenleving.

Alleen samen kunnen wij weerstand bieden aan dat wat ons uit elkaar drijft. Alleen samen kunnen wij voorkomen dat angst ons verdeelt.
Dat is de opdracht die besloten ligt in het herdenken. En dat is de verantwoordelijkheid die wij vandaag, hier, met elkaar dragen.

Toespraak Anton Kos

4 mei 2026, Prins Bernhardplein, Huizen

Op de vroege morgen van 10 mei 1940 vertrekt NSB-leider Anton Mussert naar zijn onderduikadres in Huizen, de afgelegen woning van zijn trouwe kameraad Gijsbert Gooijer aan de Naarderstraat, hier een kilometer verderop. Mussert loopt gevaar, politieagenten doorzoeken woningen, pakken NSB’ers op. Gijsberts vrouw Margarethe brengt Mussert ’s middags naar een overwoekerde loopgraaf in de achtertuin. Maar goed ook, want enkele agenten kloppen een uur later aan de deur. Gijsbert moet mee naar het bureau. Ze laten hem aan het eind van de middag zomaar gaan, hij mag naar huis. Gijsbert loopt de tuin in en fluit het nazi-lied De Zwarte Soldaten.
Mussert komt tevoorschijn en blijft vijf dagen tot de Nederlandse capitulatie op Gijsberts zolder. Daarna werpt hij zich op als de vertegenwoordiger van het Nederlandse volk, de leider van Nederland.

Gijsbert Gooijer was mijn overgrootvader van vaderskant, de Duitse fanatieke nationaalsocialiste Margarethe was zijn tweede vrouw. Met zijn eerste vrouw kreeg Gijsbert vier kinderen. De jongste waren eveneens nationaalsocialistisch gezind; Gijs was als Waffen-SS’er kampbewaarder in Vught en vocht aan Duitse zijde, en Zwaantje schilde vrijwillig aardappelen in de keuken van een dwangarbeiderskamp in Bielefeld. Ze was ook lid van de NSB en getrouwd met een NSB’er die als Waffen-SS’er vocht en sneuvelde aan het Oostfront.

Gijsberts twee oudste kinderen, mijn oma Wilhelmina of Willy en oudoom Cornelis Jan of Cor hadden joodse onderduikers in huis. Cor zat ook in het verzet. Hij was getrouwd met Albertje of Appie Kos, het zusje van mijn opa Gerrit Kos, de man van Willy. Een kruishuwelijk. Bij Cor en Appie aan de Zeeweg 42 vonden leden van de familie Vis onderdak, onder wie Leo Vis, toen 13 jaar oud. Leo is nu 95 en woont in Canada. Hij overleefde de Holocaust door aan deportatie naar Westerbork te ontsnappen, daarna kwam hij in Huizen terecht. Bij mijn opa en oma aan de Zeeweg 32 heeft onder anderen een familie Slier ondergedoken gezeten.

De laatste zes jaar spreek ik Leo geregeld. Hij stelde me eens de vraag: ‘Heb je enig idee waarom Cor en Appie en Gerrit en Willy joden een schuilplaats boden?’ En hij vroeg ook: ‘Wat zou jij hebben gedaan?’

Op de eerste vraag gaf Appie zelf een antwoord, in een boekje dat verscheen ter gelegenheid van de uitreiking van de Yad Vashem aan Cor en Appie: ‘Dat wij over onze oorlogsbelevenissen toch iets moesten nalaten aan jullie, en speciaal aan onze kleinkinderen. Niet omdat we zo heldhaftig waren, daar dacht je toen helemaal niet aan. Maar wel om jullie te laten weten dat wij, toen en nu, een hoge waarde hechtten aan de begrippen ‘‘goed’’ en kwaad’’. En wij kwamen op voor het goede en vochten tegen het kwaad. Als eenvoudige, eerlijke mensen’.

Dat kwaad was dus akelig dichtbij. Maar in het boekje staat niets over Gijsbert, Margarethe, Gijs en Zwaantje. Ook in krantenartikelen en verhalen over Cor, Appie en Leo komen Gijsbert, Margarethe, Gijs en Zwaantje niet voor. Andersom is dat ook het geval. De onderduik van Mussert krijgt aandacht in talloze artikelen en boeken, fictie en non-fictie, maar Willy, Gerrit, Cor en Appie spelen geen rol. Een van de schrijvers over de onderduik van Mussert was NSB’er en ‘zwarte soldaat’ Nic Went. Nic woonde aan de Nieuwe Bussummerweg en hing geregeld de nazivlag uit. Zijn boekje Hoe de Leider voor Volk en Vaderland behouden bleef pakte echter verkeerd uit. Terwijl Went hoopte dat duizenden NSB’ers de woning van mijn overgrootvader als bezielde pelgrims zouden bezoeken, vonden veel nationaalsocialisten het onderduiken van hun leider bij nota bene een eenvoudige Gooise boer maar laf. Het gaf Musserts tegenstanders juist munitie om hem af te schilderen als zwak en onbekwaam. Het boekje kreeg in de volksmond al snel de veelzeggende titel ‘Vijf dagen in een hooiberg’.

Leo gaf zelf ook een antwoord op zijn eerste vraag: ‘Omdat ze joden als mensen zagen’. Zijn tweede vraag, wat zou jij hebben gedaan, kunnen we beter niet stellen. Er is namelijk geen antwoord op te geven. Bovendien verschuift de focus naar mij, naar het nu, waardoor de mensen die zich verzetten tegen de Duitsers of onderduikers hadden uit het zicht verdwijnen. En, dat het licht op de daders dooft. Ja, daders, mijn overgrootvader was een fanatieke NSB’er van het eerste uur tot 1945, mijn oudoom Gijs vocht als Waffen-SS’er aan het Oostfront, hij overleefde zelfs de Slag om Narva. Hun denkbeelden waren na de Duitse capitulatie niet ineens verdwenen, ze hadden bewust keuzes gemaakt voor het kwaad. Gijsbert geloofde in het nationaalsocialisme en zijn leider, hij was antisemiet, Margarethe adoreerde Hitler en vond de Duitse invasie een zegen. En Gijs geloofde in 1942 niet dat Nederland nog in oorlog was met Duitsland, het was gedaan, de bezetting blijvend. Gijsberts oudste dochter en zoon en hun echtgenoten maakten heel andere keuzes. Met gevaar voor eigen leven en dat van hun kinderen namen ze joden in huis, joden die anders naar de vernietigingskampen zouden zijn gedeporteerd.

Leo’s antwoord op de vraag waarom mijn oma en opa en oudoom en oudtante joden een schuilplaats boden, zou het uitgangspunt van iedereen moeten zijn: zie mensen als mensen. Dit benadrukken zou eigenlijk niet nodig moeten zijn. Maar we weten helaas beter. Daarom: blijf herdenken. Blijf mensen als mensen zien.

30 april 2026:
De Hooiberg van Mussert
Een familie verdeeld door verraad en verzet.
Een lezing door Anton Kos

10 mei 1940. Het is nog nacht als Duitse vliegtuigen het Nederlandse luchtruim binnenvliegen. De invasie is begonnen. Een paar uur later vertrekt Anton Mussert naar zijn onderduikadres in het Gooise dorp Huizen, de afgelegen woning van zijn trouwe kameraden Gijsbert en Margarethe Gooijer. De NSB-leider vreest arrestatie, zelfs voor zijn leven. Hij verstopt zich eerst in een loopgraaf achter in de tuin, daarna klimt hij naar de zolder. Hij zou er tot 15 mei blijven. Na de capitulatie van Nederland brengen Gijsbert en een andere ‘kameraad’ uit Huizen hem naar het NSB-hoofdkwartier aan de Maliebaan in Utrecht. Mussert is verheugd. De nieuwe orde is aangebroken, hij gaat het nationaalsocialistische Nederland vormgeven en besturen.

Wat als je erachter komt dat kameraad Gooijer je overgrootvader is? Dat zijn twee oudste kinderen onderduikers hebben en in het verzet zitten, een derde kind als Waffen-SS’er bewaker is in Kamp Vught en vecht in Rusland en een vierde zich ook in NSB-contreien begeeft? Hoe kan het dat goed en fout in één familie en dorp dwars door elkaar lopen? En waarom krijgt de NSB-leider zijn onderduik als een boemerang in het gezicht? In De hooiberg van Mussert ontrafelt historicus Anton Kos op basis van ampel archief- en literatuuronderzoek en gesprekken met familieleden en betrokkenen zijn familiegeschiedenis. Een verhaal over horen, zien en zwijgen. Over bewuste en onbewuste keuzes en afslagen. Over NSB’ers van het eerste uur en zwarte soldaten, beschermers en onderduikers, kampbewaarders en SS’ers, verraad en overleven.

Historische Kring Huizen
Datum:30 april 2026
Aanvang:20:00
Inloop:vanaf 19:30
Toegang:– Leden HKH: gratis
– Niet-leden: €6
(gratis bij aanmelding als lid)
Gooijer en Mussert

11 mei 1941- Kameraad Gooijer en zijn gezin op de verjaardag van Mussert. Mussert was bij dit gezin ondergedoken in de meidagen van 1940

FOTO: NIOD, nr. 77969_V, Fotodienst der NSB